Het besluit van het Openbaar Ministerie om geen actie te ondernemen tegen het lekken van vertrouwelijke informatie rond de benoeming van de burgemeester van Tilburg is meer dan een lokaal incident. Het is een principiële keuze met verstrekkende gevolgen voor de integriteit van het openbaar bestuur en het vertrouwen van burgers in de overheid.
Normalisering van niet-integer handelen
Door af te zien van vervolging wekt het OM de indruk dat het schenden van vertrouwelijkheid binnen de overheid kennelijk geen ernstige overtreding is. Dat signaal werkt door. Ambtenaren zien dat het lekken van gevoelige informatie zonder consequenties blijft en trekken daar hun eigen conclusies uit. Niet-integer handelen dreigt zo te normaliseren: wie ziet dat regels niet worden gehandhaafd, voelt minder remming om ze zelf ook los te laten.
Dat is extra problematisch omdat dezelfde werkwijze vaak wél wordt toegepast wanneer burgers de overheid in problemen brengen. In die gevallen wordt streng vastgehouden aan regels, procedures en sancties. Die ongelijkheid in benadering – streng voor burgers, mild voor de eigen organisatie – ondermijnt het morele gezag van de overheid.
Gelijke maat ontbreekt
Integriteit is geen vrijblijvende waarde, maar een fundament van de democratische rechtsstaat. Wanneer lekken binnen de overheid onbestraft blijven, ontstaat het beeld van een dubbele moraal. Burgers die fouten maken of regels overtreden, krijgen te maken met handhaving en vervolging. Ambtenaren die vertrouwelijke informatie lekken, lijken daarentegen te kunnen rekenen op terughoudendheid en begrip.
Juist dat verschil voedt cynisme en wantrouwen. De boodschap die blijft hangen is dat de overheid haar eigen mensen beschermt, zelfs wanneer zij de regels overtreden die voor iedereen zouden moeten gelden.
In lijn met het sombere beeld van de Nationale Ombudsman
Het besluit van het OM past in het bredere en zorgwekkende beeld dat deze week werd geschetst door de Nationale Ombudsman. In zijn analyse benadrukte hij opnieuw hoe burgers zich steeds vaker klemgezet voelen door een overheid die weinig oog heeft voor rechtvaardigheid, menselijke maat en zelfreflectie.
Het niet vervolgen van lekken binnen de overheid bevestigt dat beeld. Het laat zien dat instituties moeite hebben om zichzelf langs dezelfde meetlat te leggen als burgers. Dat versterkt het gevoel dat regels selectief worden toegepast en dat verantwoordelijkheid naar binnen toe vervaagt.
Een gemiste kans
Door geen actie te ondernemen heeft het OM een kans laten liggen om een helder signaal af te geven: dat integriteit voor iedereen geldt, ongeacht functie of positie. In plaats daarvan groeit het risico dat steeds meer ambtenaren de grenzen opzoeken – of overschrijden – in de wetenschap dat de kans op vervolging klein is.
Wie het vertrouwen in de overheid wil herstellen, kan zich zulke signalen niet permitteren. Handhaving van integriteit begint bij het consequent toepassen van regels, juist binnen de eigen gelederen. Zonder die gelijkheid verliest de overheid haar geloofwaardigheid – en dat is een prijs die uiteindelijk door de samenleving als geheel wordt betaald.
