Voormalig griffier van de Tweede Kamer Simone Roos is sinds 1 mei 2023 benoemd in de korpsleiding van de Nationale Politie. Haar rol in de zogeheten affaire-Arib — met name rond het uitlekken van vertrouwelijke informatie over oud-Kamervoorzitter Khadija Arib — leidde tot dossiers, mediaonderzoeken en politieke verontwaardiging. Er bestaat geen publiek beschikbaar bewijs dat Roos strafrechtelijk is veroordeeld voor lekken; wel wijzen onderzoeksrapporten en media-reconstructies op betrokkenheid en op bestuurlijke vragen. Dat maakt het onderwerp zeer geschikt om te plaatsen in het bredere frame dat het Openbaar Ministerie en de overheid soms terughoudend zijn bij het vervolgen van ambtsmisdrijven. Hieronder een reconstructie van de feiten, de (juridische) status en een reflectie op het bredere beeld van vervolgingsbereidheid.
Wat is er bekend over Roos en het lekken?
- Functie en benoeming: Simone Roos was griffier van de Tweede Kamer tot eind 2022. Ze trad later toe tot de korpsleiding van de Nationale Politie (benoeming per 1 mei 2023).
- Mediaonderzoeken en reconstructies: onderzoeksjournalistiek (onder meer Follow The Money / FTM en andere kranten) rekonstrueerde dat binnen de ambtelijke leiding van de Tweede Kamer — waaronder de griffie onder leiding van Roos — stappen werden gezet rond het opstellen en verspreiden van (vertrouwelijke) documenten over het voornemen tot onderzoek naar Khadija Arib. Die reconstructies geven aan dat Roos een rol had bij het aanpassen of verbergen van informatie (zoals niet opnemen van een naam op een opgevraagde lijst), en dat er vóór de NRC-publicatie al informatie bij de pers terechtkwam.
- Presidium / Rijksrecherche: de Tweede Kamerpublicaties (brief en onderzoeksstukken) laten zien dat de Rijksrecherche onderzoek deed naar het lekken van vertrouwelijke informatie en dat het Presidium in een brief (en debatten) zorgelijke waarnemingen naar voren bracht over handelen van delen van de ambtelijke leiding destijds. De Kamer vroeg nadere uitsluitsel.
Juridische stappen en uitkomsten tot nu toe
- Anderen vervolgd en vrijgesproken: een medewerker van het Presidium (de voormalige woordvoerder Sonja K.) werd door het Openbaar Ministerie vervolgd voor het lekken van vertrouwelijke informatie; de rechtbank in Den Haag sprak die medewerker later vrij wegens ontoereikend bewijs. Dat vonnis laat zien hoe moeilijk het strafrechtelijk hardmaken van een lek kan zijn.
- Geen publiek strafvonnis tegen Roos: publieke, betrouwbare bronnen tonen geen strafrechtelijke veroordeling van Simone Roos voor lekken. Wel zijn er rapporten en journalisten die haar handelen kritisch reconstrueren. Ook meldingen in de media suggereren dat de korpschef heeft overwogen onderzoek te laten doen naar Roos’ rol. Dat wijst op bestuurlijke en integriteitsvragen, maar het is onderscheidend of en hoe dat in strafrecht omgezet werd.
Is Simone Roos nog onderdeel van de landelijke politietop?
De correcte naam is Simone Roos (niet “Simon”). Volgens officiële berichten werd zij per 1 mei 2023 benoemd tot lid van de korpsleiding van de Nationale Politie, met verantwoordelijkheid voor bedrijfsvoering. In de media (zomer 2025) werd gemeld dat de korpschef overwoog intern onderzoek en dat Roos zich op 18 juni 2025 ziek had gemeld; er is in openbare bronnen geen duidelijke aankondiging van ontslag of definitieve schorsing terug te vinden. Kortom: op basis van de meest recente openbare berichtgeving (mid-2025) stond ze in de korpsleiding en waren er signalen van onderzoek en ziekteverlof, maar geen publiek bewijs van definitieve ontslagmaatregel of strafrechtelijke veroordeling.
Waarom vervolging van ambtenaren — of het gebrek daaraan — politiek beladen is
- Bewijslast is vaak ingewikkeld. Lekken gebeurt via informatiestromen; aantonen wie precies wóórden stuurde of berichten verwijderde, vergt technisch bewijs, maillogs, forensisch onderzoek. De zaak rond Sonja K. illustreert hoe een OM-zaak kan stranden op ontoereikend bewijs. Dat maakt vervolging riskant en arbeidsintensief.
- Belangen en institutionele reflexen. Wanneer topambtenaren, griffies of bestuurders betrokken raken, spelen also politieke en bestuurlijke belangen: vertrouwensbreuk, reputatieschade en de neiging tot interne afhandeling (of juist public relations). Dat voedt het narratief dat OM en overheid terughoudend zijn bij het vervolgen van ambtelijke delicten. De politieke verontwaardiging over de handelwijze van de ambtelijke leiding versterkt dat sentiment.
- Scheidslijn bestuurlijk versus strafrechtelijk: veel schendingen van (politieke) normen worden eerst bestuurlijk bestraft of onderzocht; strafrecht volgt alleen als er duidelijke aanwijzingen zijn voor strafbare feiten (bijv. opzettelijk vernietigen van bewijsmateriaal, schending van beroepsgeheim met toerekenbaarheid). Dat verklaart voor een deel de perceptie van terughoudendheid — het OM eist hoge juridische standaarden.
Conclusie en beoordeling
- Feiten vs. beschuldigingen: bronnen leggen een zorgwekkend en politiek geladen beeld van handelen door onderdelen van de ambtelijke top rondom de kwestie-Arib. Er is (publiek) geen bewijs dat Simone Roos strafrechtelijk is veroordeeld voor lekken; er lopen/liepen wel (politieke) onderzoeken en er zijn mediaberichten over mogelijk intern politieonderzoek en ziekteverlof.
- Het bredere frame (terughoudend OM) is deels verklaarbaar, deels normatief: terughoudendheid van OM bij ambtsmisdrijven kan voortkomen uit strenge bewijsregels en institutionele keuzes — maar het roept terecht vragen op over transparantie en vertrouwen in de publieke rechtshandhaving. De Arib-affaire toont hoe snel bestuurlijke afhandeling en politieke belangen een strafrechtelijk spoor kunnen verdringen of bemoeilijken.
