Met het per direct blokkeren van Onrecht.nl door de Nederlandse internetprovider TransIP is opnieuw een stap gezet richting onderdrukking van de persvrijheid in ons land. Niet door de overheid met een expliciet verbod, niet na een zorgvuldig juridisch traject met hoor en wederhoor, maar door een private partij die – zonder inhoudelijke onderbouwing – beslist dat journalistieke content “onrechtmatig” zou zijn.
Dat is geen incident. Dat is een signaal.
Van rechtsstaat naar reflexstaat
In een democratische rechtsstaat is er een helder principe: er is rechtspraak, er zijn procedures, er is ruimte voor verdediging en debat. Maar wat gebeurt er als een internetprovider eenzijdig besluit dat journalistieke content niet langer mag bestaan?
Dan verschuift macht. Niet naar de rechter, maar naar infrastructuurbedrijven.
TransIP is geen rechtbank. TransIP is geen toezichthouder. TransIP is geen onafhankelijke arbiter die op basis van feiten, context en maatschappelijke belangen een afweging maakt tussen reputatieschade, privacy en persvrijheid. Het is een commerciële partij die servers verhuurt en domeinen beheert. Toch heeft TransIP deze week wél die rol opgeëist.
En dat past eerder bij het beeld dat wij doorgaans associëren met gevaarlijke autocratieën dan met een stabiele democratie.
“Onrechtmatig” volgens wie?
In landen als Iran, Rusland of Turkije bepaalt de overheid wat “rechtmatige content” is, wat “desinformatie” is en wat “staatsgevaarlijk” zou zijn. Wij kijken daar met afschuw naar, alsof zulke mechanismen onmogelijk zijn in West-Europa.
Maar laten we eerlijk zijn: de methode is hetzelfde, alleen de verpakking is netter.
Hier is geen minister die een website verbiedt. Er is een jurist die belt. Een bedrijf dat schrikt. En een domein dat verdwijnt.
Censuur anno nu komt zelden met laarzen en sirenes. Het komt met mailtjes, juridische druk en “voorwaarden van dienstverlening”.
Tegengeluid is geen misdrijf
Onrecht.nl is een platform waar een collectief van journalisten ruimte biedt aan tegengeluid. Niet door schuld of onschuld van personen of instanties te “bewijzen” alsof het een rechtbank is, maar door dossiers aan te kaarten, vragen te stellen en informatie te publiceren die in andere media vaak niet aan bod komt.
Dat is precies wat journalistiek hoort te doen.
Dat gebeurt vanuit het internationale Voiceless en op een manier die in essentie niet anders is dan hoe kranten, televisie en radio dagelijks content brengen over politiek, sport, misdaad en ja: zelfs juice. Of het je bevalt of niet – persvrijheid is er niet voor makke, veilige verhalen. Persvrijheid bestaat juist voor publicaties die schuren.
De provider als schakel in repressie
Twee dagen geleden zette TransIP Onrecht.nl “op zwart”. Niet na een gesprek met de makers. Niet na vragen over bronnen of feiten. Niet na wederhoor. Maar puur en alleen op aandringen van juristen van het CBR en met verwijzing naar een kort geding tegen twee Nederlandse journalisten.
Daar zit precies het gevaar: een uitspraak tegen twee personen wordt gebruikt als hefboom om een volledig platform te blokkeren, zonder te kijken naar nieuwe redacties, nieuw onderzoek en andere dossiers.
Dat collega-journalisten dezelfde kwestie oppakken, aanvullend bewijs verzamelen en daarnaast over tientallen andere onderwerpen publiceren, deed er niet toe.
Het ging niet om waarheidsvinding. Het ging om risicobeperking.
En dat is de stille motor achter hedendaagse censuur: niet “het is verboden”, maar “we willen er geen gedoe van”.
Dit is waar repressie begint
Repressie begint niet wanneer tanks de straat op rijden. Repressie begint wanneer poortwachters van informatie – hostingbedrijven, betalingsproviders, platformen, registrars – besluiten dat ze liever het zekere voor het onzekere nemen en de knop omdraaien.
Wat nog pijnlijker is: deze bedrijven zijn ooit groot geworden door zich juist afzijdig te houden. Door te zeggen: wij zijn infrastructuur, geen redactie. Door weerstand te bieden aan druk van buitenaf. Door niet te zwichten, zelfs als er controversiële content werd gehost.
Maar nu draaien ze om.
Niet omdat er objectief is vastgesteld dat de journalistiek onrechtmatig is, maar omdat een machtige instantie een route vindt om publicatie te laten stoppen zonder inhoudelijk debat.
En dát is het grootste probleem: wie de infrastructuur beheert, kan persvrijheid verstikken zonder ooit het woord “censuur” te hoeven uitspreken.
Vandaag Onrecht.nl, morgen iedereen
Wie denkt dat dit alleen gaat over één website, vergist zich. Want wat vandaag een collectief van onafhankelijke journalisten treft, kan morgen iedere redactie raken die net te kritisch is, net te vasthoudend, net te gevaarlijk voor een organisatie met een groot budget en een batterij juristen.
Als providers de rechter gaan spelen, wordt journalistiek afhankelijk van de angstreflex van bedrijven.
En dan hebben we geen persvrijheid meer als recht, maar persvrijheid als gunst.
Dat is geen democratie die zichzelf beschermt.
Dat is een rechtsstaat die zichzelf langzaam uitzet.
