De stilte na de aangifte

Het publieke debat rond vermeend grensoverschrijdend gedrag verzandt vaak in een juridisch steekspel over schuld en onschuld. Dat is begrijpelijk, maar het mist een ander, minstens zo belangrijk perspectief: het gevoel van onrecht en onmacht bij degene die zich slachtoffer waant. Dit opiniestuk gaat nadrukkelijk níét over de vraag of Marco Borsato schuldig is of niet. Het gaat over iets fundamentelers: het vertrouwen dat slachtoffers moeten kunnen hebben in de rechtsgang — en de angst die ontstaat wanneer dat vertrouwen wankelt.

Voor iemand die overweegt aangifte te doen van mogelijk grensoverschrijdend gedrag, is die stap vaak de moeilijkste van allemaal. Het betekent je nek uitsteken, je verhaal delen, je kwetsbaarheid blootleggen. Zeker wanneer de vermeende dader bekend is, weegt die keuze extra zwaar. Slachtoffers weten dat hun leven tijdelijk — of langdurig — publiek bezit kan worden. Dat doen ze niet lichtvaardig. Ze doen het in de veronderstelling dat, áls het Openbaar Ministerie besluit een strafzaak te starten, die zaak ook met toewijding en zorgvuldigheid wordt doorlopen.

Daar wringt het. Wanneer een zaak na lange tijd alsnog strandt, of wanneer het voor slachtoffers voelt alsof ze onderweg hun steun en begeleiding verliezen, blijft er meer achter dan teleurstelling. Dan ontstaat een diep gevoel van onrecht en onmacht. Niet omdat iemand per definitie veroordeeld móét worden, maar omdat de belofte van een serieuze, volledige rechtsgang impliciet onderdeel is van de keuze om aangifte te doen. Die belofte is voor slachtoffers geen bijzaak; zij is de morele ruggengraat van het systeem.

De angst die hieruit voortvloeit reikt verder dan één zaak. Slachtoffers — nu en in de toekomst — kijken mee. Zij vragen zich af: wat gebeurt er met mij als ik naar voren stap? Word ik begeleid, gehoord en beschermd, ook als het ingewikkeld wordt? Of sta ik er uiteindelijk alleen voor, terwijl mijn verhaal al publiek is geworden?

Een rechtsstaat wordt niet alleen gemeten aan het vermogen om onschuldigen te beschermen tegen onterechte veroordeling, maar ook aan de zorg waarmee zij omgaat met mensen die zich melden als slachtoffer. Optimale begeleiding, duidelijke communicatie en het zorgvuldig doorlopen van de rechtsgang zijn geen gunsten, maar voorwaarden voor vertrouwen. Zonder dat vertrouwen zal de stilte weer winnen — en zullen potentiële slachtoffers besluiten dat zwijgen veiliger is dan spreken.

En dat zou het grootste verlies zijn van allemaal.