Belastingdienst negeerde jarenlang wettelijke plicht tegenover toeslagenouders

Dat de Belastingdienst/Toeslagen jarenlang bewust heeft geweigerd om ouders uit te leggen waarom zij als fraudeur werden bestempeld, legt opnieuw bloot hoe diep het systeemfailliet in de toeslagenaffaire zit. Terwijl ouders wettelijk recht hadden op inzage, koos de dienst er doelbewust voor die informatie achter te houden.

Een interne memo uit 2025, ingezien door Trouw via de Wet open overheid, laat zien dat ouders geen documenten kregen waarin werd onderbouwd waarom zij het zware oordeel ‘Opzet/Grove Schuld’ kregen opgelegd. De reden: een “interne werkafspraak”. Met andere woorden: niet de wet, maar interne gemakzucht bepaalde de handelwijze.

Duizenden ouders werden hierdoor ten onrechte als fraudeur weggezet, met ingrijpende gevolgen voor hun leven. Pas jaren later konden zij terecht bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), die in 2020 werd opgericht om de schade te herstellen — al is dat herstel voor velen nog altijd onvolledig.

Opvallend is dat de dienst in het memo zelf erkent dat het onthouden van deze stukken “niet houdbaar in beroep” is. Men wist dus dat deze werkwijze juridisch geen stand zou houden, maar zette haar desondanks voort. Dat maakt het geen fout, maar een bewuste keuze.

Het ministerie van Financiën stelt dat het memo slechts de beginfase van UHT beschrijft en benadrukt dat de “inzet altijd is geweest te voldoen aan de wettelijke verplichtingen”. Die verklaring wringt met de praktijk. Advocaten van gedupeerde ouders geven aan dat cruciale informatie ook nu nog vaak niet wordt verstrekt. Zolang transparantie uitblijft, blijft de belofte van herstel hol — en blijft de vraag wie hier werkelijk verantwoordelijkheid neemt onbeantwoord.