Stijn Franken (1967–2025) was een van de meest vooraanstaande strafrechtadvocaten van Nederland. In zijn lange carrière verdedigde hij onder anderen Lucia de Berk, Volkert van der G. en Willem Holleeder, wat hem nationale bekendheid bracht. Franken overleed op 58-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.
In het laatste jaar van zijn leven wilde Franken – die doorgaans terughoudend was in de media – zijn visie op het rechtssysteem met het publiek delen. Dat deed hij vooral via zijn boek Laatste man. Over schuld, straf en sterfelijkheid en in gesprekken met journalisten. Daarin uitte hij concrete kritiek op de manier waarop de rechterlijke macht functioneert en op bredere cultuur binnen de rechtsstaat.
1. Rechters “leven in hun eigen wereld”
In een laatste interview met De Telegraaf noemde Franken de rechterlijke macht soms los van de realiteit van verdachten en het gewone leven. Hij zei onder meer dat rechters “[in hun eigen wereld] leven,” waarmee hij aangaf dat de afstand tussen juridische beslissers en de ‘gewone mens’ te groot kan zijn.
Deze kritiek was opvallend omdat ze kwam van iemand die jarenlang diep betrokken was bij het bestaande systeem en zelf jarenlang voor de rechter stond – letterlijk en figuurlijk.
2. Kloof tussen systeem en menselijkheid in het strafrecht
In zijn boek Laatste man pleitte Franken expliciet voor een menselijker benadering van strafprocesrecht. Hij waarschuwde dat het huidige systeem te veel nadruk legt op procedures en regels, en te weinig op de menselijke situatie van verdachten en slachtoffers. Volgens hem leidt dat soms tot een verkeerde toepassing van strafrecht of tot uitspraken die vooral lijken te voldoen aan een behoefte aan zekerheid en publiek gerustgesteld worden, in plaats van aan rechtvaardigheid.
Hij observeerde ook dat rechters vaak komen uit hoogopgeleide en sociaal bevoorrechte milieus, terwijl veel verdachten een veel ingewikkelder achtergrond hebben. Dit kan volgens Franken bijdragen aan misverstanden en ongelijke omgang binnen rechtszaken.
3. Zelfreinigend vermogen van de rechtspraak
Franken merkte verder kritisch op dat het zelfreinigend vermogen van de rechterlijke macht niet groot is. Met andere woorden: fouten, blinde vlekken en verkeerde aannames binnen het systeem worden niet altijd adequaat herkend of gecorrigeerd. Hij vond dat het systeem meer ruimte moet bieden voor reflectie, transparantie en het erkennen van menselijke fouten.
4. Rol van publieke opinie en externe druk
Hij wees er ook op dat rechtszaken niet losstaan van de publieke opinie en media-druk. Dat kan ertoe leiden dat verdachten en zelfs rechters beïnvloed worden door gevoelens van publieke veiligheid en verontwaardiging in plaats van een zuivere juridische beoordeling. Dit kan volgens hem het vertrouwen in het systeem ondermijnen wanneer het niet zorgvuldig wordt aangepakt.
Conclusie: een advocaat met een kritische blik op de rechtsstaat
Hoewel Franken zijn kritiek nooit formuleerde als generaliserende aanval op rechters als individuen, wilde hij met zijn uitspraken en boek vooral aanzetten tot een bredere discussie over de manier waarop de Nederlandse strafrechtspleging functioneert. Hij riep op tot meer mensgericht denken binnen juridische beslissingen, meer bewustzijn van sociale achtergronden van verdachten en meer aandacht voor het integreren van menselijke waarden in plaats van strikt systematische procedures.
Zijn kritische reflecties vormen daarmee een waardevolle bijdrage aan het debat over de toekomst van de Nederlandse rechtsstaat — en tot hoe rechters, advocaten en samenleving kunnen werken aan een rechtvaardiger strafrechtspraktijk.
