Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verkeert al jaren in een staat van organisatorische chaos, met grote gevolgen voor kandidaten, rijscholen en examinatoren. Lange wachttijden voor theorie- en praktijkexamens zijn eerder regel dan uitzondering. In sommige regio’s moeten kandidaten maanden wachten, wat leidt tot extra kosten, stress en studievertraging.
De problemen worden veroorzaakt door een combinatie van personeelstekorten, gebrekkige planning, falende ICT-systemen en een voortdurende stroom aan beleidswijzigingen. Rijscholen klagen over plotselinge examencapaciteitswijzigingen en een gebrek aan transparantie, terwijl kandidaten vaak onvoldoende worden geïnformeerd over annuleringen of vertragingen.
[tekst gaat door onder video]
Daarnaast ligt het CBR onder vuur vanwege de interne cultuur. Kritiek van medewerkers en externe deskundigen wijst op een hiërarchische organisatie waarin signalen van de werkvloer onvoldoende worden opgepakt. Pogingen tot hervorming hebben tot nu toe slechts beperkt effect gehad.
Hoewel het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat herhaaldelijk heeft ingegrepen en extra middelen beschikbaar stelde, blijft structurele verbetering uit. Voor duizenden kandidaten betekent dit dat zij de prijs betalen voor een organisatie die haar kerntaak — het tijdig en zorgvuldig toetsen van rijvaardigheid — onvoldoende op orde heeft.
Debat en kritische vragen over wachttijden en transparantie
- In november 2024 organiseerde de Tweede Kamer een debat over de lange wachttijden bij het CBR, waarbij Kamerleden benadrukten dat de huidige verdeling van examenplekken oneerlijke concurrentie binnen de rijschoolbranche veroorzaakt en dat kandidaten en rijscholen hinder ondervinden van de onduidelijke situatie rondom planning en reserveringstermijnen.
- Kamerleden, waaronder Ismail el Abassi (DENK), stelden specifieke kritische vragen over de rol van het CBR in de verdeling van capaciteit en de lage slagingspercentages bij sommige rijscholen, en vroegen de minister om maatregelen zoals proefexamens door rijinstructeurs of meer transparantie rond reserveringstermijnen.
- Er werd ook een motie ingediend die de regering verzoekt maatregelen te nemen tegen slecht presterende rijscholen met lage slagingspercentages, omdat deze extra druk op de examencapaciteit van het CBR zouden leggen.
Schriftelijke vragen en toezeggingen
- In juni 2024 stelde de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat schriftelijke vragen aan de minister over de kwartaalrapportages van het CBR en de voortgang van de zogenoemde ‘‘corona-inhaalslag’’ bij rijexamens. Die vragen zijn onderdeel van een breder kritisch parlementair toezicht op hoe het CBR de achterstanden aanpakt.
- In 2025 is er een verzamelbrief van minister Tieman aan de Kamer over openstaande toezeggingen en moties met betrekking tot het CBR, waaronder de evaluatie van de noodmaatregel om tijdelijk de tussentijdse toets te schrappen om wachttijden te verminderen. Officiële bekendmakingen
Beantwoording en opvolging door de minister
- Ministers Madlener en later Tieman hebben de Kamer geïnformeerd over de impact van maatregelen zoals het tijdelijk schrappen van de tussentijdse toets op reserveringstermijnen en hebben toezeggingen gedaan om te rapporteren over effecten en vervolgacties.
Kortom: de Tweede Kamer heeft in 2024–2025 herhaaldelijk kritische vragen gesteld over de lange wachttijden, de transparantie van reserveringstermijnen, de organisatie van examencapaciteit en de rol van rijscholen binnen het systeem. De ministeries hebben daar schriftelijke antwoorden, kwartaalrapportages en toezeggingen tegenover gesteld waarin ze maatregelen en voortgang hebben toegelicht.
