De ouders van Dascha Graafsma verwijten de politie en het Openbaar Ministerie (OM) vooral dat het oorspronkelijke onderzoek naar de dood van hun dochter onzorgvuldig en te snel is afgerond, met een onjuiste conclusie over wat er echt is gebeurd.
Hier zijn de belangrijkste punten van kritiek:
Betwijfelen van zelfmoordconclusie
De politie en het OM concludeerden na het incident in november 2015 dat Dascha waarschijnlijk zelfmoord heeft gepleegd toen zij werd aangereden door een trein. De ouders geloven dat dit helemaal niet waarschijnlijk is en dat er geen degelijk bewijs is voor die conclusie. Haar vader zegt dat het onaannemelijk is dat zijn dochter zichzelf van het leven zou beroven, omdat ze volgens hem vrolijk in het leven stond en geen reden had zelfmoord te plegen.
2. Onvoldoende en mogelijk foutief onderzoek
De ouders vinden dat de politie niet goed genoeg heeft onderzocht wat er precies gebeurd is, en dat er te snel conclusies zijn getrokken. Ze noemen de uitvoering van het onderzoek onzorgvuldig — bijvoorbeeld omdat er mogelijk niet alle beschikbare informatie, zoals camerabeelden, volledig is bekeken of gedeeld met de familie. Daarover zijn discussies geweest tussen de vader en politie/OM.
3. Geen volledig inzicht gekregen in het dossier
Volgens de familie mochten zij niet direct over het volledige dossier beschikken en moesten ze soms via protesten of speciale regelingen materiaal opvragen. Dit zorgde voor gebrek aan vertrouwen en de indruk dat het onderzoek niet transparant genoeg was.
4. Eiser voor heropening en aanvullende getuigenverhoren
Daarom eisen de ouders — met hulp van advocaten — nieuw onderzoek, inclusief het horen van belangrijke getuigen die nog niet waren verhoord. Ze hebben een civiele procedure gestart tegen de Staat om dat af te dwingen.
Samengevat vinden de ouders dat de politie/OM te snel heeft vastgesteld wat er gebeurd is, niet alle informatie adequaat heeft onderzocht of gedeeld, en daardoor de waarheid over het overlijden van Dascha niet betrouwbaar heeft vastgesteld.
