Stint drama kan zich iedere dag voordoen tijdens CBR examens!

Gedupeerde rijschoolhouder Kris Kalloe ondervind al 25 jaar de gevolgen van een levensbedreigende dienstopdracht van het CBR en luidt al jarenlang vergeefs bij de overheid de noodklok!

Het is inmiddels ruim vijfentwintig jaar geleden dat zich op de beruchtste spoorwegovergang van Nederland, ’t Haantje in Rijswijk, een dramatisch ongeval voltrok. Twee passerende passagierstreinen ramden daar van weerszijden een lesauto van de Haagse autorijschool CityLine. In het voertuig bevonden zich een mannelijke examenkandidaat en CBR-examinatrice Monique R., die volgens de wet gold als juridisch bestuurder.

Op het moment dat de lesauto op de spoorwegovergang tot stilstand komt doordat de motor afslaat, rust op de examinator de verantwoordelijkheid om het spoor zo snel mogelijk vrij te maken. Dat gebeurt echter niet. De auto blijft staan en wordt vrijwel direct getroffen door de naderende treinen.

Uit later onderzoek blijkt dat de examinator kort voor aanvang van het praktijkexamen zelf het gaspedaal van de dubbele bediening had losgekoppeld. Daardoor beschikte zij niet over de mogelijkheid om in te grijpen toen de auto stilviel. Het proces-verbaal uit die tijd laat weinig ruimte voor interpretatie: Monique R. wordt als verantwoordelijke aangewezen.

fragment van het procesverbaal van de politie …

Voor Kris Kalloe, eigenaar van CityLine en destijds werkzaam vanuit de Haagse Schilderswijk, vormt het ongeval het begin van een juridische en financiële nachtmerrie. Hoewel hij geen enkele betrokkenheid heeft bij de oorzaak van het incident, stelt de Nederlandse Spoorwegen hem aansprakelijk voor circa vijf miljoen euro aan schade aan treinstellen en infrastructuur. Het CBR laat hem opdraaien voor de schade, waardoor hij tot op de dag van vandaag in armoede leeft.

Wat politie en verzekeraars destijds niet lijken te hebben onderkend, is dat het loskoppelen van het gaspedaal geen individuele beslissing van de examinator was. Volgens Kalloe gebeurde dit op instructie van de CBR-directie — een werkwijze die, zo stelt hij, tot op de dag van vandaag bij praktijkexamens wordt toegepast.

In 2024 en 2025 trekt Kalloe opnieuw aan de bel. Hij benadert onder meer het CBR, het Directoraat-Generaal Mobiliteit, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Arbeidsinspectie, de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Soms doet hij dat tot op het hoogste bestuurlijke niveau. Zijn waarschuwing is steeds dezelfde: het structureel onklaar maken van een deel van de dubbele bediening brengt ernstige risico’s met zich mee voor examenkandidaten, andere weggebruikers en — zoals het verleden heeft laten zien — ook voor treinpassagiers.

Opvallend genoeg blijft brede publieke en bestuurlijke aandacht uit. Waar eerdere incidenten, zoals het drama met de Stint, leidden tot nationale verontwaardiging en ingrijpende maatregelen, lijkt het structurele veiligheidsvraagstuk rond CBR-examens nauwelijks onderwerp van debat. Een treinongeval dat Nederland diep had kunnen schokken, blijft daarmee vooral een onopgeloste voetnoot in de geschiedenis.