Jarenlang vertrouwden duizenden arbeidsongeschikte Nederlanders erop dat hun uitkering correct werd berekend. Voor velen bleek dat vertrouwen misplaatst. Uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer is gebleken dat het UWV jarenlang fouten heeft gemaakt bij de vaststelling van WIA-uitkeringen. De gevolgen waren groot: duizenden mensen ontvingen mogelijk te weinig geld, anderen kregen juist te veel, terwijl een groep zelfs ten onrechte geen uitkering ontving.
Het dossier groeit inmiddels uit tot een van de grootste uitvoeringsschandalen binnen de Nederlandse sociale zekerheid sinds de toeslagenaffaire.
Kwetsbare burgers getroffen
De WIA-uitkering is bedoeld voor mensen die door ziekte of een beperking niet of slechts gedeeltelijk kunnen werken. Juist deze groep is vaak volledig afhankelijk van de overheid voor haar inkomen.
Volgens de Algemene Rekenkamer kregen naar schatting meer dan 16.000 mensen een te lage uitkering. Daarnaast ontvingen duizenden anderen een te hoog bedrag en werden honderden mensen mogelijk volledig uitgesloten van een uitkering waarop zij wel recht hadden.
Voor veel betrokkenen betekende dit jaren van financiële onzekerheid. Sommige gedupeerden ontdekten pas na lange tijd dat zij honderden euro’s per maand waren misgelopen. Anderen bouwden schulden op of zagen hun financiële reserves verdwijnen.
Signalen werden gemist
Wat de affaire extra pijnlijk maakt, is dat er volgens de Rekenkamer al jarenlang signalen waren dat er problemen bestonden binnen het systeem van uitkeringsberekeningen.
Interne waarschuwingen, klachten van burgers en aanwijzingen van medewerkers leidden niet tot voldoende actie. De Rekenkamer spreekt in haar rapport van een situatie waarin zowel het UWV als het verantwoordelijke ministerie onvoldoende zicht hadden op de kwaliteit van de uitvoering.
Critici wijzen erop dat het probleem niet alleen ligt bij individuele fouten, maar vooral bij een systeem dat onvoldoende controlemechanismen kende om fouten tijdig te ontdekken en te herstellen.
Vertrouwen onder druk
De affaire raakt aan een bredere maatschappelijke discussie over de betrouwbaarheid van de overheid. Na de toeslagenaffaire beloofde de politiek dat burgers menselijker behandeld zouden worden en dat uitvoeringsorganisaties beter zouden luisteren naar signalen uit de praktijk.
Juist daarom komt de UWV-affaire hard aan.
Voor veel arbeidsongeschikten voelt het alsof zij opnieuw de rekening betalen voor fouten binnen een overheidsorganisatie waar zij geen invloed op hebben. Verschillende belangenorganisaties spreken van een ernstige aantasting van het vertrouwen in de sociale zekerheid.
Excuses en herstel
Het UWV heeft inmiddels erkend dat fouten zijn gemaakt. Tijdens bijeenkomsten met cliënten hebben bestuurders excuses aangeboden en toegezegd dat gedupeerden financieel gecompenseerd zullen worden wanneer blijkt dat zij te weinig hebben ontvangen.
Ook heeft het UWV aangegeven dat bedragen die mensen onterecht te veel hebben ontvangen door fouten van de organisatie in veel gevallen niet zullen worden teruggevorderd.
Toch zijn veel vragen nog onbeantwoord. Hoe kon het probleem zo lang voortbestaan? Waarom werden signalen niet eerder opgepakt? En hoeveel mensen weten nog altijd niet dat zij mogelijk zijn benadeeld?
Meer dan een administratieve fout
Deskundigen benadrukken dat het hier niet gaat om een boekhoudkundige vergissing, maar om mensen van vlees en bloed.
Achter iedere foutieve berekening schuilt een verhaal van iemand die ziek werd, arbeidsongeschikt raakte en afhankelijk werd van een systeem dat zekerheid moest bieden. Voor velen bracht dat systeem juist extra onzekerheid.
De komende jaren zullen moeten uitwijzen hoeveel Nederlanders daadwerkelijk zijn getroffen en hoeveel compensatie nodig is. Maar één conclusie lijkt nu al onvermijdelijk: een overheid die haar meest kwetsbare burgers niet correct behandelt, verliest niet alleen geld, maar ook vertrouwen.
En juist dat vertrouwen blijkt veel moeilijker te herstellen dan een foutieve uitkeringsberekening.
