De rechtstaat en betrokkenen hebben recht op helderheid!

Het besluit van het Openbaar Ministerie om geen hoger beroep in te stellen in de strafzaak rond Marco Borsato is juridisch verdedigbaar, maar maatschappelijk en rechtsstatelijk problematisch. Juist omdat het hier gaat om een zaak met grote publieke impact, raakt deze beslissing aan drie gevoelige pijlers van de rechtsstaat: de positie van vermeende slachtoffers, de reputatie van vermeende daders en het vertrouwen van burgers in Justitie.

Het OM heeft het exclusieve recht om te beslissen of een zaak wordt voortgezet. Dat is een zware verantwoordelijkheid, want het Openbaar Ministerie is geen gewone procespartij. Het maakt deel uit van de rechterlijke macht en behoort daarmee tot de instituties die niet alleen recht moeten doen, maar ook zichtbaar rechtvaardig moeten handelen. In dit dossier wringt dat.

Tussen sepot en waarheid

Door niet in hoger beroep te gaan, laat het OM de zaak eindigen zonder inhoudelijke rechterlijke toetsing op het hoogste niveau. Dat betekent niet dat de beschuldigingen waar zijn, maar óók niet dat ze onwaar zijn. Precies dát vacuüm is funest.

Voor het vermeende slachtoffer blijft de kernvraag onbeantwoord: is mijn verhaal juridisch serieus gewogen? Voor de vermeende dader blijft de verdenking in de lucht hangen, zonder de mogelijkheid zich via een definitief oordeel volledig te zuiveren. Wat resteert is geen duidelijkheid, maar ambiguïteit — en ambiguïteit is een slechte bondgenoot van rechtvaardigheid.

Schade aan vermeende slachtoffers

Voor mensen die menen slachtoffer te zijn van seksueel grensoverschrijdend gedrag is dit signaal bijzonder schadelijk. Het besluit voedt het gevoel dat aangifte doen weliswaar aandacht genereert, maar uiteindelijk kan stranden in een procedureel niemandsland. Dat ondermijnt de bereidheid om naar voren te stappen en bevestigt het idee dat het systeem onvoldoende houvast biedt, zeker in complexe, gevoelige zaken waar bewijs moeilijk te leveren is.

Een rechtsstaat kan niet beloven dat elke zaak tot een veroordeling leidt, maar moet wel garanderen dat zij tot het uiterste wordt getoetst wanneer de maatschappelijke impact groot is.

Schade aan vermeende daders

Tegelijkertijd wordt ook de positie van de vermeende dader ernstig geraakt. Door het uitblijven van een definitieve rechterlijke uitspraak blijft de publieke verdenking bestaan. In de media en op sociale platforms geldt al snel: waar rook is, is vuur. Juist daarom is het cruciaal dat Justitie, indien mogelijk, duidelijkheid schept. Niet vervolgen zonder finale beoordeling kan net zo schadelijk zijn als ten onrechte vervolgen.

Rechtsbescherming geldt niet alleen voor slachtoffers, maar óók voor degenen die worden beschuldigd.

Vertrouwen in Justitie onder druk

Het OM onderschat met deze handelswijze de symbolische waarde van zijn rol. Als onderdeel van de rechterlijke macht moet het niet alleen kijken naar kans van slagen, maar ook naar het maatschappelijk belang van transparantie en afronding. Door de zaak te laten rusten zonder hoger beroep ontstaat het beeld van een instituut dat zich terugtrekt op technische gronden, terwijl de samenleving juist snakt naar helderheid.

Dat voedt cynisme: het idee dat bekende Nederlanders anders worden behandeld, of dat het systeem tekortschiet zodra zaken complex en beladen worden.

Conclusie

Het besluit om geen hoger beroep in te stellen mag juridisch legitiem zijn, maar is rechtsstatelijk onbevredigend. Het schaadt het vertrouwen in Justitie, laat vermeende slachtoffers in onzekerheid achter en ontneemt vermeende daders de kans op definitieve rehabilitatie.

Een rechtsstaat draait niet alleen om procedures, maar om zichtbare rechtvaardigheid. Juist daar heeft het Openbaar Ministerie in deze zaak steken laten vallen.